Sardinië

10 dagen in Sardinië tussen paradijselijke stranden en authentieke dorpjes

Sardinië ligt net onder Corsica, midden in de Middellandse Zee, en wordt vaak genoemd als één van de mooiste eilanden van Europa. Met haar turquoise water, wilde baaien, authentieke dorpjes en bergachtige landschappen, heeft het eiland alles in huis voor een droomreis. Geen grote verrassing dus dat Sardinië al een hele tijd ergens bovenaan mijn travel wishlist stond te blinken. 

Vanuit België vlieg je er ook heel gemakkelijk naartoe, liefst voor een weekje nog wat langer als je echt rustig de verschillende regio’s wil ontdekken. Want klein is Sardinië absoluut niet, het is zelfs het 2e grootste eiland van de Middellandse Zee, net na Sicilië. Als je maar een week hebt, zal je dus keuzes moeten maken. Je kan je bijvoorbeeld focussen op het noorden, met de paradijselijke stranden, of eerder voor het zuiden kiezen en landen in Cagliari. Beide regio’s hebben prachtige landschappen, maar wel elk hun eigen sfeer. 

Wij zijn niet zo geweldig goed in kiezen… Dus, wij gingen eerder voor een roadtrip van 10 dagen, met het idee om zoveel mogelijk van het eiland mee te pikken. We landden in Cagliari, huurden daar meteen een auto en maakten een grote lus richting het noorden: eerst langs de westkant omhoog en daarna via de oostkust terug naar beneden. Het tempo tijdens deze reis lag best hoog, maar dat is hoe wij het liefst reizen. Wij vonden het dus ook helemaal waard. In 10 dagen tijd werden wij compleet verliefd op dit eiland!

In dit artikel neem ik je mee langs onze route door Sardinië, en deel ik graag onze favoriete plekjes, leuke adresjes en al mijn tips om je eigen reis naar dit geweldige eiland te plannen.

Wanneer naar Sardinië reizen?

Sardinië kan je eigenlijk het hele jaar door bezoeken, maar het hangt er vooral van af waar je naar op zoek bent. Wil je vooral genieten van zon, zee, strand en zomerse temperaturen, dan zijn de zomermaanden natuurlijk de mest voor de hand liggende keuze. Maar… juli en augustus zijn ook hoogseizoen. En in Sardinië betekent dat: heel warm, populaire plekken die ontzettend druk worden, en prijzen die de hoogte in schieten.

Wie mij een beetje kent, weet dat dat zo ongeveer alles is waar ik spontaan jeuk van krijg. Persoonlijk zou ik de zomer dus eerder vermijden. Voor mij zijn mei, september en oktober de beste maanden om Sardinië te ontdekken: aangename temperaturen, prachtige landschappen en vooral een veel rustigere sfeer. Perfect om van het eiland te genieten zonder het gevoel te hebben dat half Europa naast je op het strand ligt. 

Wij gingen, met mijn goedgekende allergie voor massatoerisme, uiteindelijk in oktober. En dat bleek voor ons echt een schot in de roos. Het was nog heerlijk warm, we konden zwemmen, boottochtjes maken, buiten dineren op terras… en dat alles in een zalig ontspannen sfeer. Dus, Sardinië in oktober: dikke aanrader!

Waar overnachten op Sardinië?

Op Sardinië vind je echt van alles qua overnachtingen: hotels, B&B’s, appartementen, maar ook agriturismo’s (verblijven in het midden van de natuur met dat extra vleugje charme). Het belangrijkste is dat je goed nadenkt over waar je wil verblijven, want het eiland is groter dan je misschien denkt. 

Blijf je een week, dan zou ik aanraden om één regio te kiezen, ofwel het noorden ofwel het zuiden, en je te baseren op één of maximum twee plaatsen. Zo vermijd je dat je de helft van je vakantie in de auto doorbrengt. Ga je net zoals wij eerder voor een roadtrip, dan is het handiger om regelmatig van verblijf te wisselen, zodat je verschillende delen van het eiland kan ontdekken zonder telkens uren te moeten rijden. 

Wij kozen ervoor om tijdens onze reis op meerdere plaatsen te slapen. Dat vraagt natuurlijk iets meer organisatie, maar het zorgt er wel voor dat je onderweg superveel verschillende landschappen en sferen meepikt. En voor ons is dat net hetgeen de reis extra leuk maakt. Onze accomodaties deel ik hieronder stap voor stap mee in de route.

Hoe op Sardinië geraken en hoe je te verplaatsen?

Voor je vertrekt, is het handig om te weten dat Sardinië meerdere internationale luchthavens heeft. De 2 belangrijkste zijn Olbia in het noorden en Cagliari in het zuiden. Vanuit België zat er bij ons een vrij groot verschil op de vluchtprijzen, dus kozen wij ervoor om op Cagliari te vliegen. 

Eenmaal aangekomen huurden we meteen een auto in de luchthaven, en laat me dat meteen heel duidelijke maken: dat is op Sardinië bijna onmisbaar. Het eiland is groot en het openbaar vervoer is vrij beperkt, zeker als je ook wat meer afgelegen plaatsen wil ontdekken. Met een auto heb je gewoon veel meer vrijheid: stoppen waar je wil, spontaan een strandje meepikken en onderweg honderd keer zeggen: “Wacht, stop hier even voor enkele foto’s” (yep, story of my life…).

Voor een huurauto zou ik zeker aanraden om op voorhand te reserveren, want de prijzen kunnen snel de hoogte in gaan, vooral in het hoogseizoen. We boeken al enkele jaren via Booking.com en hebben daar altijd goede ervaringen mee gehad, ook met hun klantendienst achteraf. Voor ons voelt het dus gewoon geruststellend om via een betrouwbare tussenpartij te boeken.

Rijden op Sardinië vonden wij trouwens heel doenbaar. De wegen zijn over het algemeen in goede staat, al zijn ze vaak smal met veel bochten. Soms moet je ook een onverharde weg nemen om tot bij bepaalde stranden te geraken, dus hou daar wel rekening mee. Wij hadden een kleine Fiat Panda en dat was ideaal. Superhandig in de dorpjes, makkelijk om te parkeren, groot genoeg voor ons 2 en onze bagage, en lekker Italiaans :-). 

In het kort: wil je Sardinië op je eigen tempo ontdekken, dan is een auto volgens mij de beste keuze.

Roadbook voor een roadtrip van een tiental dagen door Sardinië

Dag 1: Cagliari, Su Nuraxi & Bosa

We kozen bewust voor een héél vroege vlucht, kwestie van die eerste dag op Sardinië meteen goed te benutten. Resultaat: rond 9u30 geland, huurauto opgepikt aan de luchthaven en hop, het avontuur kon beginnen.

Onze eerste stop hielden we meteen in het centrum van Cagliari, om de stad kort te verkennen maar vooral om onze eerste lunch op een Italiaans terrasje mee te pikken. Prioriteiten, hé ;-). 

Cagliari is best een leuke stad, maar voor ons was het niet per sé de highlight van Sardinië. Dus als je planning wat strak zit zoals bij ons, dan heb je aan een paar uur eigenlijk al voldoende om de belangrijkste plaatsjes te bezoeken.

Een kort lijstje van dingen die je in korte tijd kan zien of doen in Cagliari:

  • Mercato San Benedetto
  • de historische wijk Castello, met Bastion Saint Remy en de Cattedrale di Cagliari
  • het Sanctuario de Nostra Signora di Bonaria
  • Marina di Portus Karalis
  • Sella del Diavolo : een mooie wandeling met uitzicht op Poetto Beach, vooral leuk als je wat meer tijd hebt. 

Maar vooral: gun jezelf dat eerste Italiaanse terrasje, bestel iets lekkers en geniet. Want een reis naar Italië met heerlijke Italiaanse keuken is een absolute must!

In de late namiddag reden we verder richting Su Nuraxi, op ongeveer 45 minuten van Cagliari. Deze archeologische site is één van de bekendste van Sardinië en staat zelfs op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Eigenlijk ben ik eerlijk gezegd geen grote fan van geschiedenis en al zeker niet van het stukje “archeologie”, maar aangezien het maar een kleine omweg was op onze route naar Bosa, besloten we om toch even te stoppen. En het was verrassend indrukwekkend om zo’n eeuwenoud dorp van duizenden jaren oud van dichtbij te zien. 

Kleine tip: check zeker op voorhand de openingsuren, want die verschillen naargelang het seizoen. Alle praktische info vind je hier.

Na ons bezoek aan Su Nuraxi hadden we nog net geen 2 uur rijden voor de boeg richting Bosa, een klein dorpje maar o-zo charmevol! We kwamen er aan pal tijdens golden hour… beter hadden we het dus niet kunnen timen.

We hadden een verblijf geboekt vlak bij de Ponte Vecchio, de brug die zowat de toegang tot het dorp markeert. Meteen na de check-in, zijn we naar die brug gespurt om nog net de zonsondergang mee te pikken boven de rivier. Het licht, de kleuren, de rust…waw!! Een magische afsluiter van een eerste dag die al best stevig gevuld was, de toon voor deze roadtrip was volledig gezet!

Logement: Hôtel Palazzo Pischedda: een echt pareltje!
Dit voormalige paleis werd omgetoverd tot een hotel en ligt aan de rivier Temo, recht tegenover het historische centrum. De ligging is ideaal om Bosa te voet te verkennen, maar vooral: het gebouw heeft zóveel karakter. De kamers zijn prachtig ingericht, en het restaurant met de tuin was voor ons een echte bonus. We aten er diezelfde avond het de keuken was heerlijk. Tel daar dan ook nog supervriendelijk personeel bij, en je hebt een adresje met een top prijs-kwaliteitsverhouding. Wij zouden hier zonder twijfel opnieuw boeken.

Dag 2: Bosa & Alghero

We begonnen de dag rustig met een bezoek aan het mooie Bosa. Daarvoor staken we opnieuw de brug over waar we de avond ervoor nog naar de zonsondergang stonden te kijken. En ook bij daglicht blijkt het uitzicht minstens even mooi. Met de prachtige kleurrijke huisjes die tegen de heuvel kleven en het kasteel dat boven het dorp uitsteekt, lijkt Bosa recht uit een postkaart te komen. 

We besloten naar boven te wandelen richting het kasteel, en daarvoor moesten we door een wirwar van smalle straatjes die rustig omhoog slingeren door het dorp. De klim is best goed te doen en onderweg word je al beloond met mooie doorkijkjes en uitzichten. Eenmaal boven is het panorama echt prachtig: je ziet het hele dorp met zijn oranje daken, de rivier die erdoor kronkelt en in de verte zelfs de zee. Zonder twijfel het mooiste uitzicht over Bosa. 

Na ons bezoek wandelden we op ons gemakje terug naar beneden en bleven we nog wat rondhangen in het dorp, langs de rivier en tussen de kleurrijke gevels. Bosa kan je makkelijk in een halve dag bezoeken, maar als je in de buurt bent, zou ik deze stop echt niet overslaan.

Rond de middag reden we verder richting Alghero, een stadje aan de noordwestkust van Sardinië, op ongeveer 50 minuten rijden van Bosa. het historische centrum is echt prachtig, met stadsmuren langs de zee, levendige straatjes, charmevolle pleintjes en overal gezellige winkeltjes en restaurants. Alghero ontdek je best te voet: gewoon wat rondslenteren, verdwalen in het labyrint aan straatjes en daarna richting de vestingmuren wandelen voor wat frisse zeelucht. 

En dat is dus exact wat wij deden. bij aankomst vonden we een leuk restaurantje op de stadsmuren, ideaal voor een lucht met zicht op zee. Daarna verkenden we de stad op ons gemak, met wat winkeltjes hier en daar en uiteraard ook een paar souvenirs (yep, op eender welke reis vult Max gemakkelijk een halve valies met souvenirs …). 

’s Avonds kozen we eerder voor een klein restaurantje op één van de pleintjes, volledig uit de wind. De sfeer in Alghero is ’s avonds op zijn best: de terrassen lopen vol, de straatjes komen tot leven en de winkels blijven nog tot laat open. 

En trouwens, die wandeling op de vestingmuren waar ik het over had… die wordt tegen zonsondergang pas echt magisch, als alles goud kleurt. Sla dit zeker niet over als je in Alghero bent.

Na deze heerlijke dag reden we door naar ons verblijf: La Vinia Bed & Wine Experience. Ik vertel hieronder meer over dit verblijf, maar kan nu al verklappen dat dit logement voor ons op alle vlakken gewoon perfect was. Zo eentje waar we gerust nog wat langer hadden kunnen blijven.

Ook de ligging kon eigenlijk niet beter: op ongeveer 25 minuten van Alghero, 35 minuten van het strand van Stintino en 15 minuten van Sassari. Ideaal dus om verschillende plaatsen in de buurt te ontdekken.

Dag 3: La Pelosa di Stintino & Wine Experience

’s Ochtends stonden we vroeg op voor iets waar we lang naar hadden uitgekeken: La Pelosa, het bekende strand bij Stintino. Het wordt vaak genoemd als één van de mooiste stranden van Sardinië, en zelfs van Europa. Maar… dat betekent natuurlijk ook dat je er meestal niet bepaald alleen bent. 

Voor deze uitstap waren we dus nog eens uiterst blij dat we buiten het hoogseizoen reisden. We gingen ook voor de zekerheid vroeg in de ochtend, waardoor we het strand nog in een rustige sfeer konden ontdekken. Yep, overwinning voor het team “ik wil paradijs, maar zonder 1.000 handdoeken naast mij”. 

Vanaf het moment dat we aankwamen, hadden we meteen het gevoel dat we ergens in de Caraïben beland waren: helder turquoise, ondiep water, wit zand en in de verte dat iconische wachttorentje met het eiland Asinara op de achtergrond. Echt een waanzinnig decor. We zijn al de hele wereld rondgereisd om dit soort paradijselijke plekken te vinden, terwijl dit gewoon op een paar uur vliegen ligt. We spendeerden de hele voormiddag op het strand en gingen daarna lunchen in een klein restaurant naast het strand, met zicht op zee. Za-lig!

Maar…hier moet je echt rekening mee houden: in de zomer kan deze ervaring totaal totaal anders zijn. La Pelosa is enorm populair, en dus in het hoogseizoen superdruk. Dit proberen ze onder controle te houden door de toegang te reglementeren: je moet dus je bezoek op voorhand reserveren (3.50€ pp, gratis voor kinderen onder 12 jaar), maar zelfs met deze regel zit het echt stampvol in de zomer. Nog een belangrijk detail: je bent verplicht om een handdoek of strandmatje te gebruiken: rechtstreeks op het zand liggen mag niet, een regel om deze prachtige plaats te beschermen.

Heb je wat meer tijd en bezoek je graag steden, dan kan je doorrijden naar Sassari, op ongeveer 30 minuten van Alghero of 35 minuten van Stintino. Het is de tweede grootste stad van Sardinië, met grote pleinen, mooie gebouwen en een sfeer die een pak lokaler aanvoelt dan in de bekendere kuststadjes. Sassari wordt vaak wat overgeslagen ten voordele van de dorpjes aan zee, maar eigenlijk is het zeker de moeite om even te stoppen in Sassari. Als je er geraakt, enkele plekjes om te onthouden: Piazza Castello, de bekende Piazza Italia en de Duomo di Sassari.

Wij zijn er uiteindelijk niet geraakt. Waarom? Omdat we andere plannen hadden voor de namiddag. Zoals hierboven al even aangehaald, hadden we in ons verblijf een Bed & Wine Experience geboekt, midden tussen de wijngaarden. 

Het concept? Je slaapt ter plaatse en neemt deel aan een rondleiding op het domein, inclusief degustatie van hun wijnen, met lokale charcuterie en kazen erbij. Alleen al voor die ervaring zouden we het aanraden, maar daarbovenop is de locatie zelf gewoon prachtig. De kamers zijn modern, elegant en supermooi ingericht, op een maar meter van een mooi aangelegd zwembad, met zicht op de wijngaarden en het omliggende platteland. Het domein wordt uitgebaat door de familie die ook eigenaar is, en je voelt echt in alles hoeveel passie ze erin steken. 

Wij brachten de namiddag dus door tussen de druivenplantages, met een paar glazen wijn en daarna wat relax-tijd aan het zwembad. Een zalige, rustige pauze midden in de natuur. ’s Avonds kregen we de tip voor een heel lokaal pizzeriaatje op amper 5 minuten van het verblijf uit te proberen, en aangezien dit voor ons een groot succes was, geven we die tip met plezier door: La Pizzeria Ristorante da Carlo. We hebben er echt heel lekker gegeten. 

Daarna sliepen we nog een tweede nacht bij La Vinia Bed & Wine Experience, en we kunnen echt zonder twijfel zeggen dat dit ons favoriete verblijf van de hele reis was. Een geweldige ervaring op een prachtige plaats. Enorme aanrader voor alle wijnliefhebbers (PS: be prepared, je vertrekt gegarandeerd met enkele flessen wijn in je bagage, tenzij je ze al allemaal opdrinkt voor je terugvliegt…). 

Dag 4: Castelsardo, Arzachena & Palau

Na het noordwesten van Sardinië was het tijd om richting het noordoosten te rijden voor een nieuw stukje van het eiland. We namen dus afscheid van ons verblijf tussen de wijngaarden en vertrokken richting de oostkust. Onderweg passeer je langs Sassari, dus als je graag steden bezoekt, is dit een ideaal moment om daar een stop te maken. Wij zijn zelf iets minder grote-steden-mensen, dus kozen we voor een eerste pauze iets verder, in Castelsardo, een klein dorpje aan de noordkust.

Alleen al de rit ernaartoe was prachtig. Je rijdt een hele tijd langs de zee, met mooie uitzichten op het water en de dorpjes waar je onderweg doorheen gaat. En zodra je Castelsardo binnenrijdt, wordt het decor pas echt indrukwekkend: kleurrijke huisjes die tegen de heuvel geplakt lijken, met de zee op de achtergrond. 

Het dorp staat vooral bekend om zijn kasteel boven op de heuvel (here we go again, je hoort me al komen…). dus parkeerden we de auto beneden en begonnen we te voet aan de klim door de smalle straatjes. En ja, de helling is best pitting, mijn bovenbenen bevestigen dat volledig, maar onderweg word je wel getrakteerd op mooie uitzichten. Eenmaal boven is het panorama echt prachtig. Voor de afdaling namen we een andere weg langs de achterkant van de heuvel, iets groener en wat rustiger, met prachtige uitzichten op de kust.

Na dit korte maar pittige bezoekje, kozen we een gezellig terrasje aan het water voor de lunch en genoten we nog even van de rustige, authentieke sfeer van dit dorp. Na deze pauze stapten we opnieuw in de auto richting Arzachena, onze volgende stop van de dag.

Vanuit Castelsardo is het ongeveer 1u20 rijden tot het kleine dorpje Arzachena. Onderweg passeer je trouwens langs de Roccia Dell’Elefante, een natuurlijke rotsformatie die verrassend sterk op een olifant lijkt. Geen stop waar je uren voor moet uittrekken, wel een leuk tussendoortje voor onderweg. Even stoppen, foto nemen, “wow, dat is echt een olifant” zeggen, en weer door.

Eenmaal in Arzachena kom je terecht in een heel eenvoudig en lokaal dorpje, met een paar mooie pleintjes, kleurrijke huisjes en rustige straatjes. Je komt er amper toeristen tegen en het dorp is zeker niet wereldberoemd want zoveel is er ook niet te doen, maar ik wilde er heel graag even passeren voor de bekende geschilderde trap voor de Chiesa di Santa Lucia.

De kerk zelf is vrij sober, maar het witte gebouw vormt een mooi contrast met de kleurrijke trappen ervoor. Resultaat: een superfotogenieke plek. Dus, ik die zo graag foto’s maak op vakantie, moest hier gewoon even passeren. Onze stop duurde uiteindelijk maar een dik kwartier, maar het was zeker leuk om even mee te pikken. 

Daarna reden we verder naar onze eindbestemming van de dag: Palau. We kwamen er aan in de vroege avond en hadden een kamer geboekt in het  Grand Hotel Palau, vooral omwille van de ligging dicht bij het centrum en de haven, vanwaar de boten naar La Maddalena vertrekken. Maar dit hotel zouden we niet echt aanraden: het heeft eerst een goeie opfrisbeurt nodig om weer helemaal tot zijn recht te komen.

Dag 5: bootexcursie naar de La Maddalena eilanden

Voor iedereen die, net zoals wij, houdt van natuur en plaatsen ver weg van de massa: de La Maddalena-archipel is zonder twijfel één van de allermooiste plaatsen van Sardinië. En eigenlijk ook gewoon ons grootste hoogtepunt van de hele reis. 

De archipel ligt in het noordoosten van Sardinië en bestaat uit verschillende kleine eilanden, met ongelofelijk mooi helder water en landschappen die echt nog ongerept aanvoelen. Mogen we deze eilanden-groep even de “Seychellen van Europa” noemen? Absoluut! De kleuren van het water zijn overal zo ontzettend mooi, en omdat wij buiten het hoogseizoen reisden, hadden we soms het gevoel dat we daar totaal alleen door deze exotische wateren aan het varen waren! We delen graag enkele tips.

Hoe geraak je bij de Maddalena eilanden? 

Er zijn 2 manieren om de archipel te ontdekken: 

  • Met de boot, via een georganiseerde excursie: dit is de populairste optie. Je vertrekt voor een volledige dag op zee en vaart langs verschillende eilanden en baaien, met onderweg stops om te zwemmen, snorkelen, of gewoon te relaxen. Deze manier is ook de beste om de meest paradijselijke uithoeken te zien, want veel baaien zijn alleen bereikbaar via het water. 
  • Met de auto: vanuit Palau vertrekt er een ferry die je in ongeveer 15 minuten naar het hoofdeiland La Maddalena brengt, ook met de auto. Van daaruit kan je via een brug naar het eiland Caprera rijden. Dit geeft je wat meer vrijheid, maar hou er wel rekening mee dat meer afgelegen baaien vaak enkel per boot bereikbaar zijn. 

Heb je genoeg tijd, dan lijkt de ideale combinatie mij om beide te doen: één dag met de boot en één dag met de auto (of 2, je kan er ook overnachten) om alles op je gemak te verkennen. Ons programma liet dat helaas niet toe, dus kozen wij voor de bootexcursie. We wilden vooral die paradijselijke stranden, afgelegen baaien en turquoise wateren zien, dus, dan was de keuze snel gemaakt.

Wij boekten onze excursie op voorhand bij Natour Sardinia, een lokale organisatie die de formule “La Maddalena Full Day” aanbiedt. En dit was voor ons absoluut de juiste keuze, wij waren superblij met de volledige dagexcursie: de ontvangst, de boot, de route, het team, het eten, het snorkelmateriaal en zelfs paddleboards aan boord… écht alles zat goed. Dus: een dikke aanrader, wij beleefden een fan-tas-tische dag met hen!

Hoe verloopt deze dagexcursie? 

De boot vertrekt ’s ochtends vanuit de haven van Palau en komt aan het einde van de namiddag terug. Het zijn kleine, moderne en heel propere boten en ze nemen maar kleine groepen mee van maximum 8 personen. Geen drijvende bus vol toeristen dus, ouf!

Tijdens de dag zijn er meestal verschillende momenten om te snorkelen, met materiaal dat voorzien wordt op de boot, en je vaart langs meerdere kleine eilanden, waarvan sommigen zelfs onbewoond zijn. Wij stopten onder andere bij Isola Spargi, Isola Budelli en het bekende roze strand Spiaggia Rosa, de Natural Pools en Cala Santa Maria. De meeste boten volgen ongeveer dezelfde route, maar wij hadden helemaal niet het gevoel dat deze route overspoeld werd door andere boten. Het was perfect: genoeg leven op het water, maar nergens té druk.

’s Avonds bleven we opnieuw in Palau, dat vaak gezien wordt als de toegangspoort tot de Costa Smeralda. Die beroemde “gouden kust” heeft de reputatie één van de mooiste regio’s van Sardinië te zijn, en dus, die gaan we de volgende dag ontdekken!

Dag 6: Costa Smeralda & San Teodoro

De Costa Smeralda is waarschijnlijk de bekendste regio van Sardinië, vooral dankzij het paradijselijke turquoise water, de witte zandstranden en de kleine baaitjes tussen de rotsen. Vandaag rijden we langs deze prachtige kust naar beneden, met enkele stops op bekende plekken zoals Porto Cervo, de chique côté van het eiland, maar ook aan stranden zoals Spiaggia del Principe. We hadden al veel over deze streek gehoord en waren eerlijk gezegd een beetje bang dat het allemaal wat té luxueus en blingbling zou aanvoelen (wij hadden ons namelijk voorbereid op Hollywoodsterren, grote zonnebrillen en jachten waar je waarschijnlijk een heel dorp mee kan kopen)… Niet echt de sfeer die wij opzoeken als we reizen. Maar van zodra je een beetje uit het centrum van de stad gaat, vind je ook hier weer een veel eenvoudigere, natuurlijkere sfeer.

Enkele stops die zeker de moeite waard zijn als je langs de Costa Smeralda rijdt: 

Roccia dell’Orso

Op enkele minuten rijden van het centrum van Palau vind je de Roccia dell’Orso. Het gaat om een enorme rots die door de wind werd gevormd in de vorm van een beer.

Het is heel simpel om hier te geraken: je parkeert in de buurt en wandelt in enkele minuten naar boven tot bij de rots. Het klimt een beetje, maar absoluut doenbaar voor iedereen. Naast de rots zelf, die best indrukwekkend is, is het uitzicht van hier echt de moeite. Je krijgt een panorama over de hele kust en de omliggende eilanden, echt prachtig!

Porto Cervo

Porto Cervo is hét symbool van de chique en exclusieve kant van de Costa Smeralda. Als je op zoekt bent naar grote jachthavens, luxeboetieks en een totaal andere sfeer dan de rest van Sardinië, dan ben je hier op de juiste plaats. Het is namelijk niet de stad waar je naartoe moet gaan voor verlaten stranden of superlokale ervaringen, maar als tussenstop is het zeker even kort de moeite waard. 

Wij passeerden hier de avond ervoor even kort, vooral uit nieuwsgierigheid. We wandelden even door het centrum en langs de haven, en vonden daarna een klein heuveltje om naar de zonsondergang te kijken.

Spiaggia di Capriccioli & Spiaggia del Principe

Deze twee stranden worden heel vaak genoemd als de mooiste van de Costa Smeralda, en misschien zelfs bij de mooiste van Sardinië! Ze liggen op amper 5 minuten rijden van elkaar, dus als je tijd hebt, zou ik aanraden om ze allebei te bezoeken. Ze zijn beiden prachtig, maar hebben elk hun eigen sfeer. Moet je toch kiezen, dan geef ik je hier enkele handige tips om je te helpen:

  • Spiaggia di Capriccioli: Dit is de makkelijkst bereikbare van de twee. Je kan vlakbij parkeren en na een paar minuten wandelen sta je al op het strand, dat eigenlijk uit verschillende baaien bestaat. Superhandig dus als je wat flexibel wil blijven of liever niet wil wandelen voor je stranddag. Het water is er prachtig, met een brede, ondiepe zandbank en die typische turquoise tinten overal.
  • Spiaggia del Principe: Om dit strand te bereiken, moet je iets meer moeite doen. Het is ongeveer 10 minuten wandelen, maar in onze mening is die kleine inspanning het wel helemaal waard. Het strand voelt iets natuurlijker aan, en het zicht net voor je aankomt alleen al is prachtig.

Wij kozen zelf voor Spiaggia del Principe, vooral omdat we meestal liever iets meer afgelegen plekjes opzoeken. En wij vonden dit een absolute topper! Ik heb hier trouwens onze drone even opgelaten, waarvan ik de beelden met veel plezier deel.

Spiaggia dell’Elefante

Om af te sluiten met de mooie stranden in deze regio van de Costa Smeralda, is er nog eentje dat op amper 5 minuten rijden van Spiaggia di Capriccioli ligt, maar net iets minder bekend is (en dus ook wat rustiger!): Spiaggia dell’Elefante. Het is een klein, rustig strandje dat zijn naam dankt aan een rots de vorm van een olifant, vlak bij het water. De toegang is iets minder vanzelfsprekend: je moet een klein stukje wandelen via een paadje, maar zeker niets avontuurlijks ofzo.

En vlak daarnaast ligt dan weer Spiaggia La Celvia, een strand dat erom bekendstaat een iets chiquer publiek aan te trekken… Je voelt ons al komen: dit hebben wij alvast overgeslagen :-).

Porto Rotondo

Iets zuidelijker ligt Porto Rotondo, dat een beetje het einde van de Costa Smeralda markeert. Officieel en geografisch hoort het er eigenlijk niet meer bij, maar het wordt er vaak mee geassocieerd omdat de sfeer vrij gelijkaardig is. Dit klein stadje wordt vaak vergeleken met Porto Cervo, omdat je ook hier regelmatig celebs kunt spotten, ook al is de sfeer hier iets relaxter.

Wij zijn hier uiteindelijk niet gestopt, omdat we nog een fameuze rit voor de boeg hadden richting onze eindbestemming van de dag. We hadden namelijk onze overnachting geboekt in de Golf van Orosei, voor een activiteit de volgende dag. Tussen Spiaggia del Principe, waar we een paar uur hadden doorgebracht, en Cala Gonone, onze eindbestemming, is het ongeveer 2u rijden. Onderweg maakten we nog 1 korte stop: San Teodoro.

San Teodoro

San Teodoro is een levendig stadje dat vooral bekendstaat om zijn lange witte zandstranden en ondiepe water. Het bekendste strand is La Cinta, een enorme strook zand die zich uitstrekt over meerdere kilometers. Ideaal als je graag over het strand wandelt in plaats van gewoon ergens je handdoek neer te leggen voor de rest van de dag.

De sfeer is hier compleet anders dan aan de Costa Smeralda: iets gezelliger (in onze mening), familievriendelijker en levendiger, met heel wat restaurantjes en bars voor ’s avonds. Wij maakten er enkel een korte stop om even over La Cinta te wandelen, voor we verder reden naar Cala Gonone. Maar als je een leuke plaats zoekt om enkele dagen aan ze te verblijven, dan wordt San Teodoro vaak genoemd als één van de toppers van Sardinië!

Cala Gonone

’s Avonds kwamen we aan in Cala Gonone, waar we 2 nachten hadden geboekt in I Ginepri Hotel. Het is een kleinschalig en heel eenvoudig hotel maar met een prachtig uitzicht vanuit de kamers op het zwembad en de zee op de achtergrond. De sfeer is er heel rustig, wat voor ons na een lange dag reizen heel welkom was. De ligging van dit hotel is vooral ideaal als je een excursie wil maken in de Golf van Orosei, want het ligt op wandelafstand van de haven waar de boten vertrekken. Dus als je de volgende ochtend vroeg verwacht wordt in de haven, is dit echt een grote luxe!

Jour 7: de Golf van Orosei

Le Golfe d’Orosei est un parc national qui s’étend le long de la côte est de la Sardaigne, entre Cala Gonone et le sud d’Orosei. C’est encore un coin parmi les plus spectaculaires de l’île, connu pour ses falaises calcaires impressionnantes, ses grottes marines et ses criques totalement sauvages, souvent uniquement accesibles en bateau ou après de longues randonnées. 

De notre côté, on a choisi de le découvrir en bateau depuis Cala Gonone, surtout parce que cela nous permettait d’accéder facilement à des plages incroyables et qu’on n’avait qu’une journée pour les visiter. Les paysages sont totalement différents de la Costa Smeralda ou de tous les autres coins de la Sardaigne qu’on avait visité dans les jours précédents. Cette étape est pour moi un incontournable dans un voyage en Sardaigne, ça a clairement été un de nos gros coups de coeur du voyage (oui, je sais, il y en a beaucoup mais on est des grands amoureux de la Sardaigne donc cela ne devrait pas vous étonner …).

Excursion en bateau dans le Golfe d’Orosei

Une journée d’excursion se fait généralement au départ de Cala Gonone, le matin, avec un retour en fin d’après-midi. Plusieurs options existent, le choix dépendra donc surtout du budget et du type d’expérience que vous recherchez. 

  • Bateau classique avec skipper : vous montez à bord d’un bateau et vous vous laissez porter toute la journée lors d’un itinéraire qui est fixe et qui passe par des grottes, des criques et des plages. C’est l’option la plus reposante mais attention, la taille des groupes varie fort selon les bateaux, donc renseignez-vous avant de réserver si vous ne voulez pas vous retrouver sur un bateau avec 40 autres personnes. 
  • Bateau privé avec skipper : la version “premium” avec un itinéraire plus flexible. Possible pour un couple de 2 personnes ou pour un groupe d’amis. C’est plus cher, mais beaucoup plus personnalisé où vous pourrez choisir l’horaire et faire des arrêts hors des sentiers classiques. 
  • Location de bateau sans permis : ce sont des petits semi-rigides faciles à conduire, même sans expérience. Vous partez le matin depuis Cala Gonone et vous gérez votre journée comme vous voulez. 

Il n’y a pas vraiment de meilleure option, cela dépend de votre style de voyage. D’ailleurs, tout type de bateau est possible, cela va d’un kayak, à un petit semi-rigide, à un zodiac ou à des gros bateaux pour des groupes de 8 à 40 personnes… Si vous cherchez une agence fiable, on vous recommande de regarder les options de Prima Sardegna

Les stops les plus connus sur une journée en bateau sont Cala Luna, Cala Mariolu, Cala Gororitze et Cala Sisine. Voici quelques images de notre journée d’excursion : 

Soirée à Dorgali

S’il vous reste un peu d’énergie après cette belle journée, on vous conseille d’aller au village de Dorgali en hauteur pour aller regarder le coucher de soleil. Il y a quelques points de vue juste incroyables dans ce village. Je ne retrouve plus le viewpoint où on a été, mais ce n’était pas très loin du “Viewpoint Cala Gonone”. Il n’y avait personne et la vue était splendide !

Ensuite, allez manger une pizza à la Pizzeria Chiosco Monte Longu sur le retour, déjà rien que de leur terasse, le panorama est magnifique, et en plus, leurs pizzas sont délicieuses (petit bonus pour les intolérants aux gluten : ils ont les meilleurs pizzas sans gluten que je n’ai jamais mangés !). Et c’est d’ailleurs eux qui nous ont conseillé ce point de vue inconnu aux touristes, donc n’hésitez pas à passer chez eux avant pour leur demander où on peut avoir les meilleures vues du coucher de soleil !

Jour 8 : les gorges de Gorropu

La Sardaigne, ce n’est clairement pas que des plages et des beaux villages. L’île est aussi assez montagneuse et en se dirigeant un peu plus vers le centre, on découvre des paysages complètement différents. Le massif du Supramonte en est un très bel exemple : une région encore très sauvage, connue pour ses reliefs calcaires et ses sentiers de randonnée spectaculaires.

Au coeur de ce massif se trouvent les gorges de Gorropu, considérées comme les plus profondes de l’Europe et un des sites naturels les plus impressionnants de la Sardaigne. Les falaises peuvent atteindre jusqu’à 500 mètres de haut.

Si vous avez envie de découvrir ce canyon, plusieurs accès existent. De notre côté, on n’a finalement pas pu le faire, mais c’était bien prévu dans notre itinéraire, donc j’avais pris le temps de regarder les différentes options. L’itinéraire que je vous conseillerais est le suivant :

  • Se garer près du “Gorropu Hotel” à Ghenna Silana
  • Descendre à pied jusqu’à l’entrée des gorges (4 km, 700m de dénivelé négatif). Comptez environ 2h, avec de très beaux panoramas. 
  • A l’arrivée, entrée payante (environ 6€ pp
  • Visite des gorges, il faut compter +-1h
  • Pour le retour, on peut soit remonter à pied soit réserver une jeep à 18€ pp pour remonter :
    • Hors saison, 1x/jour, vers 16h30
    • En haute saison, départs à toutes les heures. 

Quelques infos pratiques

  • Il n’y a pas de toilettes ni de restaurants sur la route, donc pensez à tout prévoir (assez d’eau, lunch, …). 
  • Allez-y le matin, les gorges ferment tôt l’après-midi. 
  • Prenez des bonnes chaussures de marche, le terrain est très caillouteux. 
  • Si vous n’êtes pas en bonne condition physique, il y a possiblité de réserver les services de jeep sur l’aller et sur le retour. 
  • Il y a d’autres points de départ mais celui-ci semble être le plus beau.

Comptez bien toute une journée complète pour cette excursion : c’est une activité plus sportive, mais surtout une très belle façon de voir une autre facette de la Sardaigne.

Jour 9 : Villasimius

Aujourd’hui, on descend vers le sud pour profiter de notre dernière journée complète en Sardaigne avant de reprendre un vol demain. On veut donc se rapprocher au maximum de Cagliari sans pour autant déjà rentrer dans la ville. Et pour cela, nous avons choisi une dernière destination où nous pourrons ralentir le rythme et profiter de quelques dernières heures sur une belle plage.

Nous nous mettons donc en route en direction de la ville de Villasimius, qui est à un peu moins de 3h de route de Cala Gonone. Villasimius se situe à l’extrême sud-est de la Sardaigne et est une station balnéaire réputée pour ses plages, dont certaines sont considées parmi les plus belles du sud de l’île. 

Etant donné qu’il s’agissait de notre dernier jour, nous avons choisi seulement une plage, la Punta Molentis, et nous avons profité d’une après-midi au calme. Le soir, bien évidemment, une dernière pizza dans une pizzeria au centre ville, la Pizzeria Acquarius, qu’on vous recommande vivement !

Si vous avez un tout petit peu plus de temps que nous à Villasimius, voici un top 3 des plus belles plages, des chouettes randonnées ou des choses à visiter :

Monter à la tour de Porto Giunco

Petite marche rapide pour arriver à une tour avec une vue incroyable sur la plage d’un côté et la lagune de l’autre. Point de vue parfait au coucher du soleil. Avant ou après cette promenade, vous pouvez visiter la lagune Stagno di Notteri, qui est juste à côté de la Spiaggia Porto Giunco, une zone humide où on a souvent l’occasion d’observer des flamands roses. 

Profiter des plus belles plages 

Vous aurez l’embarras du choix entre Punta Molentis, Porto Giunco, Campulongu, ou Spiaggia di Simius. Eaux claires, sable blanc, souvent facilement accessibles et bien aménagées. 

Découvrir Capo Carbonara

Capo Carbonara est une réserve marine protégée au large de Villasimius, connue pour ses eaux cristallines et ses fonds marins parfaits pour le snorkeling. On peut donc parfaitement explorer cette zone protégée via une excursion en bateau ou vous pouvez parcourir ses criques rocheuses en kayak.

Le soir, cela vaut vraiment la peine de flaner dans le centre ville de Villasimius. Il y règne une très bonne atmosphère locale avec des restaurants, cafés, boutiques et places animées un peu partout. 

Jour 10 : Retour à la maison

Malheureusement, le voyage s’est arrêté là pour nous, parce que nous avions un vol et devions donc nous rendre à l’aéroport en matinée déjà pour rendre la voiture de location et faire le check-in. 

Si vous avez 2 semaines en Sardaigne et il vous reste donc encore quelques jours, je vous donne quelques dernières petites idées à rajouter dans votre itinéraire que nous n’avons pas pu faire mais qui étaient sur ma liste. 

  • La plage de Chia, dans le sud
  • l’île de Sant’Antioco, dans le sud-ouest
  • le village d’Iglesias, dans le sud-ouest
  • la ville de Sassari, dans le nord-ouest
  • l’île de la Maddalena en voiture, dans le nord-est
  • excursion en bateau vers les îles de Tavolara et Molara, dans l’est

On espère que cet article pourra vous inspirer à faire votre propre itinéraire. Si vous avez des questions, n’hésitez pas à m’envoyer un petit message, je vous répondrai avec grand plaisir. N’hésitez pas à suivre la page Instagram pour être mis au courant de tous les autres articles qui se publieront. A très vite.